De m.e.r.-procedure
De m.e.r.-procedure is verlopen in lijn met de wettelijke vereisten, deze is als volgt:
1. Kennisgeving en raadgeving
De eerste stap bestond uit het kennisgeven van het voornemen een Programma onder de Omgevingswet Integraal Rivier Management (Programma IRM) te maken en het opstellen en publiceren van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin is op hoofdlijnen beschreven wat de opgave is, hoe deze wordt aangepakt, welke effecten in het plan-MER worden onderzocht en met welk detailniveau.
De openbare kennisgeving vormt de formele start van de plan-m.e.r. procedure; in de kennisgeving is aangegeven dat de plan-m.e.r. procedure wordt doorlopen. Ieder die een zienswijze indient krijgt daarop een reactie. Met de bekendmaking van deze notitie in de Staatscourant en een aantal regionale bladen is een ieder in de gelegenheid gesteld om tussen 23 januari en 19 februari 2020 te reageren op deze notitie. Ook is er advies gevraagd aan de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage over het op te stellen plan-MER. In totaal hebben 47 organisaties van de gelegenheid gebruikgemaakt om te reageren op de inhoud van de NRD. Daarnaast zijn de wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van de te onderzoeken effecten. Naar aanleiding hiervan is er een reactienota NRD opgesteld. Omdat het programma mogelijk milieugevolgen kan hebben voor Duitsland en België, zijn ook de relevante bestuursorganen over de grens in Duitsland en België geraadpleegd.
2. Opstellen plan-MER, Passende Beoordeling, KKBA [aug 2022-september 2023]
Zoals reeds in paragraaf 1.2 is beschreven is na het opstellen van de NRD de opdracht herijkt. De herijkte opdracht sloot meer aan bij de grotere lijn van IRM om op systeemniveau het gesprek te voeren over de balans tussen functies, om vervolgens na vaststelling van het Programma IRM op weg naar de uitvoering in gebieden gebiedsgerichte afwegingen te kunnen maken. De keuze voor een Programma op hoofdlijnen sluit nog steeds goed aan bij de inhoudelijke koers van de NRD die begin 2020 ter inzage heeft gelegen. Het verschil is dat de in de NRD aangekondigde ‘globale locatie en type maatregelen waarmee de toekomstvisie kan worden bereikt’ niet in het Programma IRM zijn opgenomen. Dit heeft consequenties voor zowel de alternatieven die zijn beoordeeld als het detailniveau van het onderzoek van het planMER. Hieronder wordt op de gevolgen hiervan voor het planMER ingegaan.
Alternatieven
Er zijn als onderdeel van het planMER geen locatie specifieke maatregelen of concrete maatregelpakketten onderzocht. In het Programma IRM wordt immers geen keuze gemaakt over maatregelen. In de alternatieven is er gevarieerd in bodemligging (uit te drukken in centimeters bodemverhoging of verlaging) en afvoercapaciteit (uit te drukken in centimeters waterstandsverlaging of verhoging bij een referentieafvoer), met differentiatie op riviertrajectniveau. Om toch een inschatting te kunnen maken van doelbereik en milieueffecten is op basis van expert judgement een globaal pakket aan mogelijke maatregelen samengesteld, waarmee naar verwachting invulling gegeven kan worden aan de verschillende ambitieniveaus voor bodemligging en afvoercapaciteit. Hierbij is het nog niet bekend welke maatregelen precies genomen gaan worden en waar deze gaan neerslaan. Wel is globaal uitgerekend of de gestelde doelen voor bodemligging en afvoercapaciteit in principe haalbaar zijn met het pakket aan maatregelen dat beschikbaar is.
Wijze van beoordelen
Het detailniveau van het onderzoek van het planMER is globaler van aard dan in de NRD werd geschetst. Het detailniveau van de effectbeoordeling moet immers aansluiten bij het detailniveau van het te beoordelen voornemen en de te maken keuzes. En juist dat detailniveau is minder concreet geworden. Het beoordelingskader uit de NRD is aangepast naar het meer abstracte niveau van de herijkte opdracht. Daarnaast is op advies van de commissie- me,r, het kader uitgewerkt en zijn de doelstellingen vertaald naar aspecten en criteria. Verschillen met het beoordelingskader uit de NRD betreffen:
-
Er is onderscheid gemaakt in aspecten en criteria die samenhangen met de doelen van IRM en de milieueffecten.
-
Criteria zijn geformuleerd in termen van verandering en zijn kwalitatief van aard. Er is gewerkt met kansen op positieve effecten danwel risico’s op negatieve effecten. Of er daadwerkelijke negatieve of positieve effecten gaan optreden is afhankelijk van de gebiedsgerichte uitwerking in het vervolg.
-
Naar aanleiding van het advies van de c-m.e.r. is ook aanvullend gekeken naar ruimtelijke kwaliteit, nautische veiligheid, drinkwaterwinning en beschermde soorten.
Voorafgaand aan het opstellen van het planMER is een nota van uitgangspunten opgesteld waarin de consequenties van de herijkte opdracht voor de aanpak van het planMER is beschreven. De nota beschreef de invulling van de alternatieven, maar ook de beoordelingssystematiek met het aangepaste beoordelingskader. Deze nota is in breed comité besproken en uiteindelijk vastgesteld door het kernteam IRM op 9 juni 2022. Ook is de secretaris van de commissie m.e.r. mondeling op de hoogte gesteld van de herijkte opdracht en aanpak van het planMER.
Vervolgens is gestart met het opstellen van het planMER, waarin onderzoek is gedaan naar de mate van doelbereik en (milieu)effecten van een drietal alternatieven en een (richtinggevend) voorkeursalternatief. Ook is een Passende Beoordeling en een KKBA opgesteld.
3. Ter inzage legging planMER, passende beoordeling en ontwerp Programma IRM [begin 2024]
Op basis van het planMER, de passende beoordeling en de KKBA is het (richtinggevend) voorkeursalternatief (VKA) bepaald en vastgelegd in het ontwerp Programma IRM. Het ontwerp Programma IRM wordt samen met het plan-MER en de Passende Beoordeling en andere beslisinformatie openbaar gemaakt en ter inzage gelegd. Eenieder kan hierop gedurende zes weken reageren. Ook België en Duitsland worden over het plan-MER en het ontwerp Programma IRM geraadpleegd. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage wordt gevraagd een advies te geven over het plan-MER.
4. Besluit en vervolg [medio 2024]
Na overweging van de ontvangen zienswijzen en adviezen wordt het Programma definitief gemaakt en stelt het Rijk, specifiek de minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemming met de minister voor Natuur en Stikstof en de minister voor Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties het Programma Integraal Riviermanagement vast.
Hierbij wordt vermeld op welke wijze rekening is gehouden met het plan-MER, de zienswijzen en adviezen. Daarna wordt het openbaar gemaakt en aan de Eerste en Tweede Kamer voorgelegd. Na de besluitvorming over het definitieve Programma Integraal Riviermanagement start de uitvoering. In bestuursovereenkomsten wordt vastgelegd welke overheid verantwoordelijk is voor de uitvoering van de indicatieve maatregelen. In het kader van de uitwerking zal voor een groot aantal maatregelen een project-MER worden opgesteld.