Doelbereik
In het ontwerp Programma IRM zijn een vijftal IRM-doelen opgenomen als te bereiken eindsituaties:
-
veilige afvoer en berging van hoogwater
-
robuuste zoetwaterbeschikbaarheid
-
dynamisch riviersysteem met robuuste riviernatuur
-
vlot en veilig transport over water
-
regionale economische ontwikkeling met versterking van de ruimtelijke kwaliteit
Uit de beoordeling is op te maken dat het (richtinggevend) VKA van de beleidskeuzes overwegend positief bijdraagt aan de IRM doelen voor zowel de Rijntakken als de Maas (zie tabellen Tabel 9‑11 en Tabel 9‑12). Geen van de beleidskeuzes van het (richtinggevend) voorkeursalternatief heeft een nadelig effect op het doelbereik. De volgende overwegingen illustreren deze conclusie:
-
Het (richtinggevend) VKA draagt bij aan een veilige afvoer en berging van hoogwater door het vergroten van de afvoer- en bergingscapaciteit van de rivieren en het verdelen van de hoogwaterafvoer over de Rijntakken conform de afgesproken verdeling. Dit wordt bereikt doormiddel van rivierverruimingen. Als gevolg hiervan daalt de hoogwaterstand met tot maximaal 40 centimeter ten opzichte van de referentiesituatie[1]. Deze verlagingen zorgen potentieel voor een reductie op de benodigde dijkversterking (bij een hoogteopgave van de dijken) tot 2050 en verlengt het de levensduur van overige dijken.
-
Het (richtinggevend) VKA draagt bij aan een robuuste zoetwaterbeschikbaarheid en voldoende grond- en oppervlaktewater in periodes van droogte en lage afvoeren. Dit wordt gerealiseerd door het gelijkhouden of omhoog brengen van de bodemligging (en daarmee ook de laagwaterstanden) waardoor er minder beperkingen ontstaan bij inlaatpunten. Ook zorgt de verhoogde bodemligging ervoor dat de afvoerverdeling over de Rijntakken verbetert: er gaat bij laagwater iets meer afvoer richting de IJssel (nationale zoetwaterbuffer). De verminderde afvoer naar de Waal zorgt aan de andere kant voor een kleine afname van de zoetwatervoorziening in het voorzieningsgebied van de Waal. Doordat de Waal enkele malen groter is dan de IJssel, is het effect van de verminderde afvoer kleiner. De mate van verzilting blijft praktisch gelijk, onafhankelijk van de rivierbodemligging (Asselman et al., 2022b). Het (richtinggevend) VKA heeft nauwelijks effect op de zoetwatervoorziening van de Maas, omdat deze grotendeels gestuwd is en meer afhankelijk van een ‘regenregime’ en de afvoeren die bovenstrooms ons land binnenkomen.
-
Het (richtinggevend) VKA draagt bij aan een dynamisch riviersysteem met robuuste riviernatuur door het realiseren van een natuurlijke hydro- en morfodynamiek, een goede ecologische waterkwaliteit en het borgen van voldoende ruimte voor natuur. Dit is voornamelijk het gevolg van de uitvoering van de PAGW. Om de natte ecotopen te realiseren en duurzaam in stand te houden, is verbetering van de hydrodynamische condities en verhoging van de (voorjaars)grondwaterstanden nodig. Dit geldt met name voor de drogere uiterwaarden in de hotspot-gebieden Gelderse Poort en Gemeenschappelijke Maas. Door de uitvoering van de PAGW is het de verwachting dat het (richtinggevend) VKA een sterke bijdrage heeft aan het doelbereik.
-
Het (richtinggevend) VKA draagt door het gelijk houden of omhoog brengen van de bodem bij aan het bevaarbaar houden van vaarwegen en het behouden en ontwikkelen van toegankelijke en bereikbare (overnachtings)havens en sluizen. Doordat de bodem van de eroderende Rijntakken omhoog wordt gebracht, betekent dit een vermindering in de hoogte van bestaande drempels in de rivier, waardoor er sprake is van een meer constante waterdiepte. Dit verlaagt het aantal dagen dat niet wordt voldaan aan de norm (waterdiepte bij OLA) en verbetert de bereikbaarheid van havens en sluizen ten opzichte van de referentiesituatie.
-
Door de ongelijke verhoging van de rivierbodem rond het splitsingspunt Pannerden gaat er met het (richtinggevend) VKA bij laagwater minder afvoer naar de Waal en meer naar de IJssel. Met het (richtinggevend) VKA verbetert de bevaarbaarheid langs de IJssel en de Nederrijn-Lek. De afname van de afvoer naar de Waal zorgt voor een kleine afname in de beschikbare waterdieptes bij laagwater. Afhankelijk van de uitwerking van maatregelen, zal de optelsom voor de Waal positief danwel (licht) negatief kunnen worden. Wegens haar gestuwde karakter en parallelle kanalen heeft het (richtinggevend) VKA weinig invloed op de Maas. Door grootschalige werkzaamheden kan er (tijdelijke) hinder voor de scheepvaart ontstaan.
-
Het (richtinggevend) VKA draagt bij aan het creëren van ruimte voor en het stimuleren van regionale economische ontwikkelingen passend bij de kernkwaliteiten van het gebied. Dit is het resultaat van de beoogde rivierverruimende maatregelen en natuurontwikkeling die mogelijkheden bieden voor nieuwe en slimme combinaties van functies op het gebied van b.v. riviergebonden bedrijvigheid, natuur-inclusieve landbouw en (water)recreatie. Ook kan hierdoor de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarden van het gebied toenemen.
Tabel 10‑1 Samenvatting effectbeoordeling doelbereik Rijntakken (incl. PAGW)
Tabel 10‑2 Effectbeoordeling doelbereik Maas (incl. PAGW)

- 1 Dit betreft het deel dat wordt gebruikt ter compensatie van de klimaatopgave, niet ter compensatie van andere opgaven (waterstandsneutraal uitvoeren van verhoging bodem, PAGW, etc.).