Alternatief 3 ‘Accent op laag- en hoogwaterproblematiek met maximale ambities’

Bij dit alternatief ligt de focus op het faciliteren van rivierfuncties tijdens laagwater én hoogwater, én het faciliteren van ruimtevragen in het rivierbed. Dit wordt concreet ingevuld met buitendijkse maatregelen in het rivierbed tussen dijk en dijk (dus uiterwaarden, oeverzone en zomerbed) en binnendijkse inrichtingsmaatregelen (in reeds gereserveerde én nieuwe gebieden) in combinatie met omvangrijk sedimentmanagement. Alternatief 3 streeft naar stoppen van de bodemerosie en het omhoog brengen van de bodem in eroderende trajecten van de Rijn tot het niveau zoals dat in het jaar 1980 was. Dit moet dan gebeuren met sedimentsuppleties en rivierverruimende maatregelen bij middenafvoeren. Deze ingrepen betreffen onder meer de aanleg van nevengeulen, zomerkadeverlagingen en langsdammen om de erosieve kracht uit het water halen. In de Maas wordt gestreefd naar het terugbrengen van de bodem (op trajecten met zomerbedverdiepingen) naar de situatie van voor de Maaswerken en Ruimte voor de Rivier. Dit wordt gedaan via opvullen met suppleties, zodat de effecten direct zichtbaar zijn. Figuur 3‑8 geeft de bodemverhoging weer ten opzichte van de referentie. Figuur 3‑9 geeft de mate van rivierverruiming weer uitgedrukt in benodigde centimeters waterstandsverlaging van de verschillende trajecten.

Daarnaast wordt in dit alternatief ingezet op de realisatie van circa 28.300 ha riviernatuur (waarvan 7.000 omvorming van bestaande natuur en 21.000 ha functieverandering naar natuur of natuur-inclusieve landbouw) in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW).

Gebruik de slider om geleidelijk te wisselen tussen de twee afbeeldingen.

Deze afbeelding geeft voor alternatief 3 de bodemverhoging weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 is bij de Waalbochten de grootste verhoging voorzien, van meer dan 120 centimeter. Op de andere trajecten is de verhoging minder dan 120 centimeter, of helemaal niet nodig.
Alternatief 1 is ter vergelijking naast de afbeelding van alternatief 3 gelegd. In de afbeelding van alternatief 1 is de bodemverhoging weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 1 is bij de Waalbochten de grootste verhoging voorzien, van 31 tot 50 centimeter. Op de andere trajecten is de verhoging minder dan 30 centimeter, of helemaal niet nodig.

Figuur 3‑8 Beleidskeuze rivierbodemligging alternatief 3 versus 1

Gebruik de slider om geleidelijk te wisselen tussen de twee afbeeldingen.

Deze afbeelding geeft voor alternatief 3 de mate van rivierverruiming weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 is bij de Getijdenmaas en de Waalbochten de grootste verruiming voorzien, van meer dan 70 centimeter. Op de andere trajecten is de verruiming minder dan 70 centimeter.
Alternatief 1 is ter vergelijking naast de afbeelding van alternatief 3 gelegd. In de afbeelding van alternatief 1 is de mate van rivierverruiming weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 1 is bij de Getijdenmaas en de Sallandse IJssel de grootste verruiming voorzien, van 21 tot 30 centimeter. Op de andere trajecten is de verruiming minder dan 20 centimeter.

Figuur 3‑9 Beleidskeuze afvoercapaciteit alternatief 3 versus 1

Gebruik de slider om geleidelijk te wisselen tussen de twee afbeeldingen.

Deze afbeelding geeft voor alternatief 3 de ruimtelijke consequenties weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 is op veel trajecten langs de Maas, Waal en IJssel beperkte buitendijkse ruimte voor alle trajectopgaven.
Alternatief 1 is ter vergelijking naast de afbeelding van alternatief 3 gelegd. In de afbeelding van alternatief 1 is de ruimtelijke consequenties weer ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 1 is op veel trajecten langs de Maas, Waal en IJssel beperkte buitendijkse ruimte voor alle trajectopgaven.

Figuur 3‑10 Indicatieve ruimtelijke opgave alternatief 3 versus 1